U bent hier

Geslaagde editie van Finance & Care '18!

Zorgorganisaties staan voor een aantal uitdagingen op gebied van financiering. Op het recente Finance & Care-seminarie werden daarvan een paar met naam genoemd: er werd ingegaan op de nieuwe wetgeving op belasting van vzw's, er kwamen een aantal voorstellen op tafel voor een nieuw financieringsmodel in de thuiszorg, en de financiering van woonzorgcentra werd aangekaart. 

 

Vanaf binnenkort worden vzw's op dezelfde manier behandeld en belast als een onderneming, via een wetsontwerp dat begin volgend jaar zal worden omgezet in wetgeving. Wanneer de wet 'erdoor' komt, ergens in van 2019, heeft dat een paar fiscale en juridische implicaties voor zorgorganisaties die als vzw opereren. Ken Lioen, Local Partner Tax bij het internationale advocatenkantoor Nautadutilh, kwam die onlangs uit de doeken doen tijdens het seminarie Finance & Care van ZorgAnders. "Het wordt vooral belangrijk om te zien onder welk stelsel uw organisatie zal vallen: dat van de rechtspersonenbelasting of dat van de vennootschapsbelasting. De fiscale impact kan groot zijn: de meeste vzw' passen het stelsel van de rechtspersonenbelasting toe omdat de basis daar beperkt is: een vzw is niet belastbaar over zijn hele bron van inkomsten. Bij de venootschapsbelasting geldt dat wel. Wanneer het merendeel van de activiteiten die een organisatie uitvoert een winstgevend karakter hebben, zal ze in de regel onder de vennootschapsbelasting vallen. De winstgevende activiteit mag niet te belangrijk zijn, en ze mag niet marktverstorend werken." 

 

Thuisverpleging 

Er is een nieuw model nodig voor de financiering van de thuisverpleging, opperde vervolgens Mia De Caluwé, Directeur Zorgkwaliteit en Innovatie bij het Wit-Gele Kruis Oost-Vlaanderen. Binnen haar organisatie worden momenteel de eerste pistes voor een nieuwe financiering uitgelegd in een werkgroep. De huidige situatie is als volgt: sinds 1990 worden thuisverplegingsorganisaties gefinancierd met een mix van prestatiefinanciering en forfaitaire financieringen. Een basisframework dat de afgelopen 28 jaar vervolgens werd uitgebreid in functie van elementen die een belangrijke rol gingen spelen in onze maatschappij. In 1998 kwam er bijvoorbeeld aandacht voor palliatieve patiënten bij, begin jaren 2000 werden opleidingen voor diabetespatiënten gefinancierd, enzovoort. 

"Er kwamen allemaal vergoedingen bij om heel specifieke dingen te doen", zegt De Caluwé. "Dat resulteerde in een nomenclatuur die inmiddels heel complex is geworden. Vraag een verpleegkundige om uit te leggen welke van zijn activiteiten wordt vergoed en welke niet, en hij zal het niet weten. Er zijn bijvoorbeeld geen vergoedingen voor nachtzorg, en er is geen relatie tussen de nomenclatuur en de eigenlijke kost - of tijd - van de verpleegkundige behandeling." 

 

Woonzorgcentra  

Ook in de subsector van de woonzorgcentra moet er dringend aan een nieuwe financiering worden gewerkt, zei tot slot Johan De Muynck, Algemeen Directeur bij Zorgbedrijf Antwerpen. "Er is een belangrijke discrepantie met thuiszorg. Daar heb je veel verschillende financieringssystemen, met onder meer een modelfinanciering rond dientencheques, gezinszorg en wonen. Bij woonzorgcentra heb je maar één methode, eigenlijk een riziv-forfait, en met dat bedrag moet je 't maar fiksen." 

De Muynck heeft een aantal ideeën om dat te verbeteren. Financiering via nomenclatuur bijvoorbeeld, zoals aparte vergoedingen voor de zorg van een kinesitherapeut. "Een ander idee is de bewoners doen betalen voor wonen en leven, zoals randanimatie, maar niet voor de zorg en de medische tussenkomsten, tenzij het remgeld. Dat model bestààt overigens al: je kunt de modellen voor de thuiszorg gewoon overnemen."

 

Bedankt voor de interessante visies Ken Lioen, Mia De Caluwé & Johan De Muynck!