U bent hier

Vlaamse Regering schept klaarheid in vitale dossiers woonzorgcentra

18/07/16

De toenemende vergrijzing en bijhorende zorgnood vraagt om een duurzaam welzijns- en zorgbeleid voor ouderen in Vlaanderen. Daarom zet Vlaanderen actief middelen in om voldoende aanbod te voorzien en prioritair de zware zorgbehoevendheid aan te pakken. De Vlaamse Regering besliste vandaag dat de werkingsmiddelen voor de animatiefunctie worden uitgebreid naar alle bewoners van woonzorgcentra en dat bijkomende erkenningen worden verleend voor woonzorgcentra. 

1. Animatiesubsidie uitgebreid naar alle Vlaamse woonzorgcentra

De Vlaamse Regering besliste dat vanaf 1 juli 2016 alle woonzorgcentra werkingsmiddelen voor de animatiefunctie krijgen. Voordien golden die enkel voor de private non-profit en de openbare woonzorgcentra. De animatiefunctie voorziet in een zinvolle dagbesteding van bewoners van woonzorgcentra en van centra voor kortverblijf.

De wijze waarop de subsidie wordt toegekend verandert eveneens. Tot op heden was er sprake van een instellingsfinanciering die was gebaseerd op het aantal voltijdse werkkrachten (VTE) dat in een voorziening werkzaam was. Nu komt er een financiering op basis van de zorgzwaarte van de bewoner. Hoe hoger diens zorgbehoefte, hoe hoger de werkingssubsidie.

Nieuwe financiering animatie met middelen uit taxshift

De werkingsmiddelen voor de animatiefunctie worden vanaf 1 juli 2016 verdeeld over alle woonzorgcentra. De verplichte personeelsnormen voor de animatiefunctie blijven ongewijzigd. 

Door de financiële ruimte die vrijkomt in het kader van de federale taxshift (ruim 9 mio euro in 2017)  kunnen de woonzorgcentra de kwaliteit en de capaciteit in hun werking verbeteren. Voor de openbare woonzorgcentra, die niet genieten van de taxshift, wordt vanuit Vlaanderen vanaf 2017 extra financiering voorzien voor het personeel dat ze boven de norm inzetten. Deze maatregelen zorgen er ook voor dat de dagprijzen niet verder stijgen. 

Bovendien voorziet de Vlaamse Regering voor de volgende jaren een groeipad voor het budget animatiesubsidie, zodat deze subsidie ook kan worden gevrijwaard voor de geplande groei van het aantal woongelegenheden in de woonzorgcentra (periode 2015-2018: 8.413 woongelegenheden).

-> Dit besluit wordt nog voor advies aan de Raad van State voorgelegd.

2. Langetermijnvisie op loopbaan verpleegkundigen

Het verpleegkundig beroep is in volle evolutie, wat zich onder meer uit in de verlenging van de studieduur van de bacheloropleiding verpleegkunde tot 4 jaar. In die evolutie en in het personeelsbeleid dat Vlaanderen voor de woonzorgcentra uitbouwt, past de opschorting van de nieuwe aanvragen voor bepaalde premies voor verpleegkundigen.

In de woonzorgcentra wordt in eerste instantie ingezet op de kwantitatieve, maar ook op de kwalitatieve ondersteuning van de zorgzwaarte. Getuige daarvan de extra uitgave eerder dit jaar voor de aanpak van de zorgzwaarte met 16,1 mio voor ROB-plaatsen en 10,8 mio euro extra voor extra RVT- woongelegenheden (voor zwaardere zorgbehoefte). Dit gebeurt in functie van kwaliteit en veiligheid van de zorg, wat prioritair is ten opzichte van het verder uitbouwen van een systeem van beroepstitels en beroepsbekwaamheden voor verpleegkundigen.

Opschorting van nieuwe aanvragen

Voor alle duidelijkheid: het gaat om een opschorting van de nieuwe aanvragen voor bijzondere beroepstitels (BBT’s) en bijzondere beroepsbekwaamheden (BBK’s) van woonzorgcentra en categorale ziekenhuizen waar Vlaanderen verantwoordelijk voor is. De verpleegkundigen die hun titel en premie hebben, zullen deze tot nader order behouden. 

Belangrijk is om nu in overleg met de sociale partners, en o.a. de Algemene Unie van Verpleegkundigen van België, te werken aan een langetermijnvisie op de loopbaan van verpleegkundigen, waarbij elke verpleegkundige kansen krijgt om zich te specialiseren in een bepaald domein. Ook met de federale overheid overlegd zal worden.

3. Woonzorgcentra in aanbouw kunnen doorstarten

De Vlaamse Regering stemt in met het verlenen van bijkomende erkenningen van plaatsen in woonzorgcentra. Dit maakt het mogelijk voor initiatiefnemers die al woonzorggelegenheden in aanbouw hadden ook effectief zorgfinanciering te krijgen. De bouwheren kunnen nu de werkzaamheden vervolgen en de aangepaste woongelegenheden creëren die Vlaanderen nodig heeft om de stijgende zorgnood bij ouderen te lenigen. De aangroei van het woonzorgaanbod in Vlaanderen verliep nooit zo snel. 

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, stelde in 2013 vast dat er voorafgaande vergunningen waren verleend die door de bouwheren niet werden gerealiseerd. Hij schortte op dat moment de verdere aflevering van voorafgaande vergunningen op en moedigde de initiatiefnemers aan om over te gaan tot realisatie van de hen toegewezen vergunningen ten einde de groeiende vraag naar residentiële ouderenzorg aan te pakken die met de vergrijzing toeneemt. De vergrijzing en bijhorende zorgnood in Vlaanderen versnelt nog steeds meer dan in de andere gemeenschappen.

Oplossing voor wie al met bouw begonnen was

De Vlaamse regering besliste in 2015 om alle ingediende erkenningsaanvragen voor 2015 en 2016 goed te keuren. Voor de periode van 2017 en 2018 werd beslist een maximaal aantal woongelegenheden (1.389 per jaar) te erkennen. Voor de periode 2015-2018 werd zo een totaal van 8.413 woongelegenheden in een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf toegewezen.

Bijkomende woongelegenheden konden hierdoor niet meer worden erkend.

Dat had als gevolg dat een aantal initiatiefnemers in nauwe schoenen kwam te staan omdat sommige voorzieningen reeds een schop in de grond hadden en uit de boot vielen door de toepassing van de prioriteringscriteria bij de toewijzing van de erkenningskalenders.

Voor deze initiatiefnemers voorziet de Vlaamse Regering nu een oplossing.

Snelste groei ooit

Initiatieven die kunnen aantonen dat ze reeds voor 1 mei 2015 met de bouwwerken begonnen waren, kunnen in het najaar opnieuw een erkenningskalender aanvragen voor de jaren 2017 en 2018. Dit betekent dat naast de reeds toegewezen erkenningskalender (8.413 woongelegenheden), ermaximaal 1.389 bijkomende woongelegenheden kunnen worden erkend. Dit brengt het totaal voor de periode 2015-2018 op maximaal 9.802 bijkomende woongelegenheden in Vlaanderen. Gemiddeld betekent dit 2.450 woongelegenheden per jaar. Aanvragen/indieningen voor een plaats op de erkenningskalender van 2019 werden in 2015 reeds opgeschort.

Het nieuwe besluit voorziet eveneens dat de bestaande voorafgaande vergunningen verlengd worden waardoor de initiatieven tot 31 december 2025 gerealiseerd kunnen worden. 

Het is voor het eerst dat een aangroei van het woonzorgaanbod zich op dit tempo in Vlaanderen voordoet, waarbij gelet wordt op een gezonde balans tussen de noodzakelijke aangroei in functie van de vergrijzing en zorgnood enerzijds en de budgettaire mogelijkheden anderzijds.

>> Dit besluit wordt nog voor advies aan de Raad van State voorgelegd.

Bron: Vlaams ministerie voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin - eigen berichtgeving

ZorgAndersTv (2025 volgers)
ZORGMagazine (3185 volgers)

Schrijf je hier in voor onze e-nieuwsbrief

Schrijf je hier in voor onze e-nieuwsbrief