U bent hier

Verlaagde roerende voorheffing voor investeringen in zorgvastgoed

13/06/16

Door de wet van 26 december 2015 werden de meeste uitzonderingen op het algemeen tarief van 27% voorheffing op roerende inkomsten weggewerkt. Zo was er voor de residentiële GVV's (vastgoed-BEVAKS) tot 31/12/2015 een verminderde roerende voorheffing van 15% op de uitgekeerde dividenden van kracht.

Om in aanmerking te komen voor het statuut van Residentiële GVV diende de vennootschap voor minstens 80% belegd te zijn in residentieel vastgoed zoals appartementen, woningen, rusthuizen, serviceflats, assitentiewoningen e.d.

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt:

Een ongewild neveneffect van de maatregel was dat ook investeringen in zorgvoorzieningen onder de hogere roerende voorheffing terecht kwamen. Indirect zou dat een verhoogde factuur kunnen betekenen voor de bewoners van deze zorgvoorzieningen. Dat lossen we nu op door de roerende voorheffing voor deze categorie opnieuw te verlagen naar 15%.

Minister Van Overtveldt zal de regering voorstellen om de wet van 26 december 2015 aan te passen. Dit moet er voor zorgen dat GVV's die minstens 60% van hun investeringen richten op gebouwen uitsluitend of hoofdzakelijk gebruikt voor gezondheidszorg, opnieuw kunnen genieten van een verlaagd tarief voor de roerende voorheffing op dividenden. Men keert dus niet terug naar de notie van residentieel vastgoed zoals voorheen (zie hoger), het is voortaan enkel de bedoeling om vastgoedinvesteringen in de gezonheidszorg te stimuleren door een verlaagde roerende voorheffing op de opbrengsten uit aandelen van deze gespecialiseerde GVV's.

De aanpassing zal van kracht worden vanaf 01/01/2017.

ZorgAndersTv (2025 volgers)
ZORGMagazine (3185 volgers)

Schrijf je hier in voor onze e-nieuwsbrief

Schrijf je hier in voor onze e-nieuwsbrief