U bent hier

Verblijfsduur bij een bevalling? Maggie De Block zet de feiten op een rij

05/12/16

Over de verblijfsduur in het ziekenhuis bij een bevalling zijn recent een aantal foute veronderstellingen opgedoken in kranten, op tv en op sociale media. De FOD Volksgezondheid geeft graag nog eens een overzicht van de  feiten:

  • Minister De Block heeft de verblijfsduur op de materniteit niet verkort naar 3 dagen.
  • De werkelijke verblijfsduur bij de hospitalisatie van een moeder en haar kind is een beslissing die door de arts wordt genomen, in samenspraak met de vroedvrouw en de moeder zelf.
  • Geen enkele minister heeft ooit de bevoegdheid gehad om te beslissen hoe lang een individuele patiënt in het ziekenhuis mag blijven.
  • Belangrijk is om een onderscheid te maken tussen twee verschillende dossiers:
  1. de pilootprojecten rond bevallen met verkort ziekenhuisverblijf
  2. de financiering van de ziekenhuisverblijven in het algemeen (niet enkel specifiek voor bevallingen)

Pilootprojecten:

Het overzicht “Health at a glance 2016” van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling geeft als Europees gemiddelde van de ligduur bij een gezonde bevalling 3,2 dagen in 2014. Voor België is dit 3,8. In Spanje 2,4 dagen en in Zweden 2,3. De verblijfsduur in België is dus hoger dan in andere landen.

Uit meerdere onderzoeken in landen met kortere ligduur blijkt dat een kortere ligduur geen negatieve invloed heeft op de tevredenheid van de moeders, noch op de gezondheid van het kind en de moeder. De voorwaarde hiervoor is dat er goede ondersteuning wordt geboden na de bevalling, bijv. extra begeleiding thuis door de huisarts of de vroedvrouw, verpleegkundigen, kraamhulp, Kind en Gezin, enz. De huisbezoeken door de vroedvrouw kort na de bevalling worden volledig terugbetaald door de ziekte- en invaliditeitsverzekering. In het regeerakkoord 2014 staat dat we “onnodig lange ziekenhuisverblijven willen vermijden”. Na de voorstelling van het plan van aanpak voor de hervorming van de ziekenhuisfinanciering heeft het ministerie vanuit de sector zeer positieve feedback gekregen. Daaruit bleek ook dat bevallen met verkort ziekenhuisverblijf een voor de hand liggend thema is voor de sector. Op basis van deze vaststelling heeft minister De Block eind februari 2016 zeven pilootprojecten geselecteerd om de organisatie van de kraamzorg voor, tijdens en na het ziekenhuisverblijf verder te optimaliseren (een multidisciplinair team betrekken bij de perinatale zorg, een begeleidingsplan, enz.). Hoofddoel van de pilootprojecten is dat vrouwen zo mogelijk nog tevredener worden over de kwaliteit van de zorg, in het ziekenhuis en thuis. Een tweede doel is dat de beschikbare ziekenhuisbudgetten efficiënter worden ingezet. De pilootprojecten hebben een looptijd van twee jaar en worden jaarlijks geëvalueerd om te bepalen of er aanpassingen nodig zijn. Na afloop van de termijn van 2 jaar zal de regering bekijken welke aspecten op bredere schaal kunnen worden ingevoerd.

De geselecteerde  pilootprojecten zijn georganiseerd rond volgende ziekenhuizen:

  • Brussel: Cliniques universitaires Saint-Luc
  • Brussel: CUB Erasme/UZ Brussel.
  • Gent: AZ Jan Palfijn Gent - AZ Maria Middelares Gent - AZ St-Lucas Gent -  UZ Gent
  • Luik: CHU de Liège – CH du Bois de l'Abbaye et de Hesbaye – CHR La Citadelle
  • Leuven: UZ Leuven – Heilig-Hart ziekenhuis Leuven (Regionaal Ziekenhuis Tienen in een 2e fase) –  Algemeen ziekenhuis Diest
  • Bergen: CHR Mons-Hainaut
  • Sint-Niklaas: AZ Nikolaas

Financiering van de ziekenhuisverblijven

In België worden de ziekenhuizen hoofdzakelijk gefinancierd aan de hand van het Budget Financiële Middelen (BFM), de terugbetalingen in het kader van het RIZIV en via de kosten ten laste van de patiënten. Het BFM is een budget dat in grote mate forfaitair wordt berekend. De financiering van ziekenhuisverblijven gebeurt op basis van nationale gemiddelde verblijfsduren. Dit is het geval voor een bevalling, maar ook voor alle pathologiegroepen. Concreet betekent dit dat er een nationaal beschikbaar budget wordt verdeeld onder de ziekenhuizen in functie van hunverantwoorde activiteit om de kosten van het verzorgend en verplegend personeel en de medische producten te dekken. Een ziekenhuis wordt dus enkel gefinancierd voor de dagen (de verblijven, de opnames) die verantwoord zijn.  De verantwoorde activiteit wordt berekend door de verblijfsduur in alle ziekenhuizen opgeteld en vervolgens gedeeld door het aantal opgenomen patiënten, om zo tot een nationaal gemiddelde te komen ). Elk ziekenhuis wordt gefinancierd op basis van zijn aantal opnames, gewogen volgens die nationale gemiddelde verblijfsduur per pathologiegroep. Daarbij wordt ook steeds rekening gehouden met de ernstgraad van de patiënt. Als de gemiddelde verblijfsduur voor een bepaalde patiëntengroep in het ziekenhuis korter is dan het nationale gemiddelde, is dat voordelig voor het ziekenhuis (want het ziekenhuis wordt gefinancierd voor méér verpleegdagen dan het gerealiseerd heeft). Als de gemiddelde verblijfsduur voor een patiëntengroep langer is dan het nationale gemiddelde, is dat nadelig. We merken al vele jaren een natuurlijke daling op van de nationale gemiddelde verblijfsduur, en dat voor alle pathologiegroepen. Deze trend is ook zichtbaar in andere landen en valt te verklaren door o.a. wijzigingen in technologie, het gebruik van minder invasieve technieken… Ook de ziekenhuisverblijven n.a.v. bevallingen worden korter.

Bron: FOD volksgezondheid - eigen berichtgeving

ZorgAndersTv (2025 volgers)
ZORGMagazine (3185 volgers)

Schrijf je hier in voor onze e-nieuwsbrief

Schrijf je hier in voor onze e-nieuwsbrief