Vlaamse Regering introduceert basis voor sociale bescherming

De Vlaamse Regering heeft vandaag het decreet Vlaamse sociale bescherming principieel goedgekeurd. Dat bevat onder andere de Vlaamse zorgverzekering, een premie voor jonge kinderen en een maximumfactuur voor thuiszorg. Het decreet is een eerste stap naar een vernieuwd sociaal beleid, een voornemen uit het regeerakkoord. De Vlaamse Regering geeft met het Decreet Vlaamse sociale bescherming aan dat ze een sociale, warme en zorgzame samenleving even belangrijk vindt als een welvarend Vlaanderen.

Concreet bevat het regeerakkoord de volgende onderdelen die tijdens deze legislatuur moeten worden uitgevoerd:

  • een consolidatie van de zorgverzekering;
  • een premie voor jonge kinderen;
  • een maximumfactuur in de thuiszorg;
  • een begrenzing van de kosten voor de residentiële zorg;
  • een Vlaamse hospitalisatieverzekering.

Het basisdecreet is een eerste van twee stappen. Het is een kader voor de nieuwe tegemoetkomingen namelijk de premie voor jonge kinderen en de maximumfactuur in de thuiszorg. Tezelfdertijd zijn er afspraken voor het behoud en de versterking van de Vlaamse zorgverzekering. Voor dit laatste is geen nieuw decreet noodzakelijk.

De tweede stap bevat de Vlaamse hospitalisatieverzekering en de begrenzing van de kosten voor residentiële zorg, gepland vanaf 2014. Het decreet is een uitwerking van artikel 23 van de Grondwet. Dat bepaalt dat iedereen het recht heeft om een menswaardig leven te leiden. Dat recht bevat onder andere het recht op sociale bijstand en maatschappelijke ontplooiing. Het decreet vertrekt van de notie “bijstand aan personen”. De Vlaamse sociale bescherming moet nauw aansluiten bij het bestaande Vlaamse zorg- en gezinsbeleid. De idee is dat de Vlaamse overheid als zorgende samenleving de draagkracht van mensen moet versterken en gezinnen met kinderen moet ondersteunen. Het decreet doet geen afbreuk aan de federale sociale zekerheid.

Behoud en uitbreiding van de Vlaamse zorgverzekering

De zorgverzekering, die dit jaar 10 jaar bestaat, staat model voor het nieuwe decreet. De bestaande zorgverzekering blijft ongewijzigd.. Tijdens deze legislatuur wordt evenmin geraakt aan het reservefonds.

Organisatiemodel

Volksverzekering met bijdrageplicht

De Vlaamse sociale bescherming is opgevat als een volksverzekering met betaling van bijdragen. De huidige bijdrage voor de zorgverzekering wordt omgevormd tot een bijdrage voor de Vlaamse sociale bescherming.
Deze bijdrageplicht wordt veralgemeend voor de hele Vlaamse sociale bescherming, waardoor er een Vlaamse sociale beschermingsbijdrage ontstaat.

Verplicht in Vlaanderen, facultatief in Brussel

In Vlaanderen blijft aansluiten bij een zorgkas en toetreden tot de Vlaamse sociale bescherming verplicht. Vanaf de leeftijd van 18 jaar kan men een keuze maken voor een zorgkas. Voordien wordt men toegewezen aan de zorgkas van één van de ouders.
Inwoners van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad kunnen kiezen of zij toetreden tot de Vlaamse sociale bescherming. Het is de bedoeling dat deze keuze gemaakt wordt vanaf de leeftijd van 18 jaar. Kinderen van personen die al aangesloten zijn bij een zorgkas in Brussel, worden van rechtswege aangesloten. Deze aansluiting kan, gelet op het facultatieve karakter, op elk moment ongedaan worden gemaakt.

Premie voor jonge kinderen

Een belangrijke en zichtbare nieuwigheid is de invoering van een nieuwe premie voor jonge kinderen. Die komt gezinnen met kinderen tussen 0 en 3 jaar ten goede. De eerste levensjaren zijn voor kinderen en hun ontplooiing van cruciaal belang. De Vlaamse Regering heeft er daarom voor gekozen de premie voor jonge kinderen te koppelen aan de preventieve gezinsondersteuning. In Vlaanderen is er een goed uitgebouwd netwerk van consultatiebureaus van Kind en Gezin, die jonge kinderen opvolgen en ouders bijstaan in hun opvoeding, gezondheid en welzijn. Indien nodig, worden zij gericht doorverwezen. Het gebruik van de dienstverlening door de consultatiebureaus is vrij hoog, zeker in het eerste levensjaar.

De premie voor jonge kinderen zal worden uitbetaald aan wie gebruik maakt van dit gezinsondersteunende aanbod bij de geboorte, na de eerste en de tweede verjaardag. De Vlaamse regering bepaalt de hoogte van het bedrag en kan een gedeelte van het bedrag differentiëren volgens de noden van het kind. De premie is een forfaitair bedrag, niet gekoppeld aan bepaalde kosten, dat door de ouders vrij kan worden besteed in het belang van het kind. De nieuwe regeling zal gefaseerd in werking treden, waarbij in 2012 de premie zal uitbetaald worden aan de 0- jarige kinderen, vanaf 2013 ook aan de 1-jarigen en vanaf 2014 ontvangen ook de 2-jarigen de premie.

Maximumfactuur

Een tweede belangrijke nieuwigheid is de maximumfactuur. Deze moet ervoor zorgen dat de thuiszorg voor iedereen betaalbaar blijft. Hoe intensiever de zorg die iemand nodig heeft, hoe meer eigen bijdrage hij of zij moet betalen. Soms loopt deze zo hoog op dat het voor de betrokkene onbetaalbaar wordt. De maximumfactuur begrenst de eigen bijdragen voor thuiszorg die een gezin in een jaar betaalt.

De maximumfactuur voert een begrenzing in op de eigen bijdragen gezinszorg, poetshulp, karweihulp, professionele en vrijwillige oppas. Dit maximum aan eigen bijdrage zal afhangen van het inkomen.
Ter verduidelijking: De eigen bijdrage die de gebruiker moet betalen voor gezinszorg is afhankelijk van het inkomen: hoe hoger het inkomen, hoe hoger de eigen bijdrage. Dat zal ook het geval zijn voor poetshulp en karweihulp in de aanvullende thuiszorg.

Om prioriteit te geven aan de zwaarst zorgbehoevenden, wordt in deze legislatuur het recht op de maximumfactuur in eerste instantie ingevoerd voor de groep die in aanmerking komt voor de zorgverzekering. De hoogte van die grensbedragen moet nog worden bepaald.
De zorgkassen zullen voor elke rechthebbende op de zorgverzekering nagaan of het toepasselijke maximumbedrag aan eigen bijdragen is bereikt. De zorgkassen zullen dan de bijdragen die boven het maximum werden betaald, terugstorten aan de betrokkenen.

Rechtenverkenner en automatische toekenning van rechten

Het decreet Vlaamse sociale bescherming wil de nodige aandacht geven aan administratieve eenvoud en aan informatie voor de inwoners van Vlaanderen en de inwoners van Brussel die kozen voor de Vlaamse sociale bescherming. Mensen kennen hun rechten niet altijd en gebruiken ze dus ook niet altijd. Dat geldt nog het meest voor de zwaksten in de samenleving, die er net het meest nood aan hebben. De rechtenverkenner is een hulpmiddel dat informatie op maat verstrekt over je rechten. De portaalsite (www.rechtenverkenner.beExterne link (nieuw venster)) bundelt toegankelijke basisinformatie over sociale rechten, toegekend door de verschillende overheden (federale, Vlaamse, provinciale en lokale overheid). Die informatie wordt momenteel geregeld in een apart decreet.

De rechtenverkenner past helemaal in de visie van het decreet Vlaamse sociale bescherming, en wordt daarom overgeheveld naar dit decreet.Nog efficiënter in het tegengaan van het niet opnemen van rechten, is het overbodig maken van de aanvraag. Daarom gaat het decreet uit van het principe van automatische rechtentoekenning. Hoewel er nog heel wat werk aan de winkel is om in alle gevallen die automatische toekenning te realiseren, legt de Vlaamse overheid zichzelf hiermee uitdrukkelijk een inspanningsverbintenis op.

Zowel de kindpremie als de maximumfactuur zullen zoveel mogelijk worden toegekend zonder aanvraag van de betrokkenen. Sommige onderdelen, zoals de zorgverzekering, zullen nog niet meteen of niet in alle gevallen zonder aanvraag toegekend kunnen worden. Ook voor bepaalde uitzonderingscategorieën zal wellicht een aanvraag noodzakelijk blijven. De zorgkassen en de hulpverleners in de eerstelijnszorg moeten er mee voor zorgen dat wie in aanmerking komt ook effectief rechten kan opnemen. Zij moeten alle belanghebbenden correct en tijdig informeren en bij staan.

Nog een weg te gaan

Het kaderdecreet moet, alvorens het definitief wordt goedgekeurd, nog voor advies naar de Strategische adviesraad (SAR), de Sociaal-economische raad van Vlaanderen (SERV) en de Raad van State. Daarna volgt nog de bespreking in het Vlaams Parlement. Ondertussen moet het nog vertaald worden in uitvoeringsbesluiten. Tegen 2012-2013 kunnen naar verwachting de eerste tegemoetkomingen worden uitbetaald.

Ondertussen zullen werkgroepen de hospitalisatieverzekering en begrenzing van de kosten voor residentiële zorg uitwerken. Die zullen tegen het einde van de legislatuur in werking treden. Daarmee zal een stevige basis zijn gelegd voor een Vlaamse sociale bescherming en een vraaggestuurd systeem van bijstand aan personen.

datum : 19 juli 2011

bron : www.zorgengezondheid.be

Zoeken