Werken en studeren in de lift, vooral in de gezondheidszorg
Werken en studeren combineren, zit in de lift. In vier jaar tijd nam het aantal studenten en het aantal mogelijke studierichtingen fors toe.
Levenslang leren, steeds meer mensen doen het. Het aantal werkstudenten is de laatste vier academiejaren gestegen van 3.773 naar 5.740, een toename met 52 procent. Er zijn ook steeds meer mogelijkheden. Het aantal studietrajecten dat hogescholen en universiteiten aanbieden is in diezelfde vier jaren meer dan verdubbeld, van 136 naar 300. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams volksvertegenwoordiger Goedele Vermeiren (N-VA) opvroeg bij minister van Onderwijs Pascal Smet (SPA).
De helft van de werkstudenten is tussen 23 en 30. ‘Enerzijds gaat het om studenten die bijna onmiddellijk na het behalen van een diploma starten met de combinatie leren en werken. Anderzijds gaat het om mensen die na jaren in het werkveld te hebben gestaan, vaststellen dat een aanvullend of eerste diploma hen meer kansen geeft op de arbeidsmarkt', zegt Vermeiren.
Vooral vrouwen
Opvallend: 70 procent van de studenten zijn vrouwen. Volgens Vermeiren heeft dat te maken met het feit dat in de richting gezondheidszorg, die men als professionele bachelor kan volgen op een hogeschool, maar liefst 1.439 werkstudenten zijn ingeschreven. Dat is één op de vier.
De VUB biedt de meeste opleidingstrajecten aan. Studenten kunnen er 47 verschillende richtingen volgen. De Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen telt dan weer de meeste werkstudenten. 849 studenten volgen er les in vijf opleidingstrajecten. Sofie Vanmaercke geeft er les aan de brugopleiding verpleegkunde. Haar studenten werken als A2 verpleegster en willen via de opleiding een bachelordiploma halen om zo meer mogelijkheden op de arbeidsmarkt te hebben en in aanmerking te komen voor een leidinggevende functie. Dankzij hun diploma kunnen ze ook meer verdienen.
Omdat Vanmaercke ook les geeft in de reguliere bacheloropleiding kan ze goed vergelijken. ‘Beide groepen studenten hebben hun sterktes en zwaktes. De reguliere studenten zijn sneller met de theorie weg, de werkstudenten hebben dan weer die werkervaring. Ze zijn assertiever in de les, kritischer, stellen ook andere vragen. Bij examens vragen ze gemakkelijker de tekst op en verdedigen meer de antwoorden die ze hebben gegeven.'
‘Ongeveer de helft van de studenten gaat door, want zo'n 20 procent haakt spontaan af, zo'n 30 procent haalt het niet. We proberen op voorhand duidelijk te maken dat het niet gemakkelijk is om te werken, vaak al een gezin te hebben en dan nog te studeren. Maar toch stellen we vast dat velen het onderschatten. De lessen vallen samen op één dag, maar we vragen toch ook dat ze voorbereidend werk verrichten en daarna de les verwerken. De stage wordt wel vervangen door opdrachten die ze moeten vervullen op hun eigen werkvloer.'
Volgens Vanmaercke wordt er naar gestreefd om het niveau even hoog te houden als bij het reguliere studietraject. ‘Dat maakt ons niet altijd populair, want sommige studenten shoppen op zoek naar de makkelijkste opleiding.'
Bron: De Standaard (16/7/2012)


