Vier op de vijf huisartsen ervaart druk om diagnose ADHD te stellen

Vier op de vijf Vlaamse huisartsen ervaart 'soms' tot 'altijd' druk van de ouders en/of het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding) om zelf de diagnose ADHD te stellen.

Het gebruik van ADHD-medicatie blijft stijgen, ook in omstandigheden waarbij geen tussenkomst van de ziekteverzekering is voorzien. Dat blijkt uit een Masterproef in Beheer en Beleid van de Gezondheidszorg van Stephanie Bogaert (UGent).

In 2011 gaf het Riziv 5,45 miljoen euro uit voor de terugbetaling van Rilatine. 'Het aantal gebruikers dat Rilatine neemt buiten de terugbetalingsgroep is echter bijna zo groot als de groep die wel een tussenkomst van de ziekteverzekering ontvangt', aldus Bogaert.

Naar schatting zijn er 66.000 frequente gebruikers van Rilatine tussen 6 en 17 jaar, waarvan in 2010 38.000 met vergoeding van de ziekteverzekering. Dat komt neer op meer dan een verdubbeling op vijf jaar tijd.

Moeite met juiste diagnose

De voorwaarden tot vergoeding houden onder meer in dat een (kinder)neuroloog, (kinder)psychiater of geneesheer-specialist, die een erkenning verworven heeft in de pediatrische neurologie, eerst de diagnose moet stellen. 'Vaak ziet men dit gebruik zonder vergoeding dan ook na voorschrift van de huisarts zonder dat er een specialist werd bij betrokken.'

Van de 124 ondervraagde artsen zegt 62,6 procent moeite te hebben met de juiste diagnostiek van ADHD. 'Zowat 54 procent van hen verwijst patiënten hoofdzakelijk door naar de specialist wegens gebrek aan kennis. 80 procent ervaart soms tot altijd druk van de ouders en/of het CLB om zelf de diagnose van ADHD te stellen.'

De studente pleit onder meer voor een betere vorming voor artsen en meer informatie voor ouders en CLB.

relatine.jpg

Bron: De Standaard (12/7/2012)

 

Zoeken