U bent hier

Omslag naar persoonsvolgende financiering (PVF) op 1 januari 2017

10/06/16

LBC-NVK non-profit, onderdeel van de christelijke vakbond ACV, betoogde vandaag in Brussel tegen de plannen voor de hertekening van de zorgsector van Vlaams Welzijnsminister Jo Vandeurzen (CD&V). De vakbond noemt de maatregelen van Vandeurzen "een achteruitgang voor de sector". Concreet gaat het om een actie van de opvoedingsinstellingen, waaronder onder andere de gehandicapten en de bijzondere jeugdzorg vallen. De minister reageerde alvast met volgend bericht:

De omslag naar een persoonsvolgende financiering (PVF) zorgt ervoor dat personen met een handicap zelf de regie over hun ondersteuning kunnen voeren. Voor de 22.000 volwassenen die vandaag al gebruik maken van een persoonlijk assistentiebudget (PAB), een dienst of een voorziening, start de persoonsvolgende financiering op 1 januari 2017. Vanaf dan wordt de ondersteuning die mensen vandaag krijgen, uitgedrukt in een budget dat ze vrij kunnen besteden en waarmee ze hun zorg kunnen organiseren op de manier die ze wensen. Dit draagt bij tot een meer inclusieve samenleving.

Omschakeling naar een vraaggericht personeelsbeleid

De Persoonsvolgende financiering kenmerkt zich onder meer door de regie van de zorg in handen van de gebruiker te geven en door flexibiliteit zodat de gebruiker volgens zijn noden een zorgpakket kan samenstellen. Dit betekent dat de sociale ondernemer moeten kunnen inspelen op de wisselende noden van zijn cliënten. Zij moeten een vraaggericht personeelsbeleid kunnen voeren en dat vraagt flexibiliteit. De cliënten krijgen vouchers die ze kunnen besteden bij vergunde zorgaanbieders en zijn uitgedrukt in personeelspunten. Deze punten dekken de werkelijke personeelskost. De anciënniteit, bijvoorbeeld, is in dit systeem begrepen omdat dit een belangrijke incentive is voor het behoud van deskundig en ervaren personeel.

Uitzonderingen

Aan erkende welzijnsorganisaties is een uitzondering toegestaan om ook tot 15 personen collectief te ondersteunen zonder bijkomende vergunning. Dit is een bevestiging van de huidige realiteit want ook vandaag verblijven mensen met een handicap in bijvoorbeeld woonzorgcentra. Dit past in het streven naar een chronisch en leeftijdsonafhankelijk beleid, gebaseerd op zorgvragen (veeleer dan op leeftijd). Uiteraard is dit evenzeer een impuls voor het voeren van een inclusief beleid.

Een tweede uitzondering werd toegestaan aan ouders die zich groeperen om de zorg voor hun kinderen te kunnen organiseren: ook zij kunnen tot 15 personen ondersteunen zonder vergunning. Voorwaarde is wel dat zij zelf minimaal de helft van de Raad van Bestuur uitmaken.

Bemiddelaar

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, heeft begrip voor de bezorgheden van de vakorganisaties. Hij verwacht dat de vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers uitvoering geven aan het protocolakkoord van 2011 waarin tussen overheid, werkgevers en werknemers afspraken werden gemaakt over de personeelsinzet in de context van de persoonsvolgende financiering. Om dit te kunnen realiseren heeft de minister een bemiddelaar aangesteld die momenteel met de sociale partners overlegt om een sectoraal akkoord over de personeelsinzet af te sluiten.

De minister is van oordeel dat ook in de nieuwe financiering van de inzet van handicapspecifieke ondersteuning er voldoende rechtszekerheid moet zijn met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden. Die moeten uiteraard voldoende garanties op een kwaliteitsvolle dienstverlening inhouden. De minister heeft hieromtrent de nodige adviezen opgevraagd.

Zorggarantie

De minister meent te mogen stellen dat alle stakeholders de transitie naar een persoonsvolgende financiering van de handicapspecifieke ondersteuning onderschrijven. Die hervorming moet leiden tot meer zorggarantie en tot een aanpak die de regie van de ondersteuning in handen geeft van de betrokkene.  Ook de Raad van Europa (rapport Muiznieks) heeft Vlaanderen een pluim gegeven voor de omslag naar een vraaggestuurd systeem.

De minister beseft dat in dit proces nog veel nieuwe uitdagingen en vragen opgelost moeten worden. Hij hoopt dat dit gewoontegetrouw, en zoals in het verleden, in goed overleg kan worden aangepakt.

Bron: Eigen berichtgeving  - Vlaams ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin