Meer lijn in de eerste lijn

11-12-2010

Vandaag debatteren meer dan 700 zorgverleners, patiëntenvertegenwoordigers en beleidsverantwoordelijken over de toekomst van de eerstelijnsgezondheidszorg in Vlaanderen. Twee vragen liggen voor: hoe kunnen we door beter en professioneler samen te werken de kwaliteit van de eerstelijnsgezondheidszorg verbeteren voor de patiënten en hoe kunnen we door deze samenwerking te ondersteunen en te faciliteren de kwaliteit van leven en werken van de zorgverleners verbeteren. Minister Vandeurzen: “Een jaar lang hebben we deze conferentie voorbereid. Voor ons beleidsdomein is deze conferentie een mijlpaal. Dé spilfiguur in het eerstelijnsverhaal is zonder twijfel de patiënt of de cliënt en dat is de enig juiste keuze die we nu met overtuiging maken. Een nieuw Vlaams Samenwerkingsplatform voor de Eerste Lijn moet nu de aanbevelingen van de conferentie mee helpen verwezenlijken .”

Voor de realisatie van de twee doelstellingen van de conferentie (zie hoger) zijn aanbevelingen geformuleerd. Minister Vandeurzen richt een nieuw Vlaams Samenwerkingsplatform voor de Eerste Lijn op dat belast wordt met de opvolging en de (verdere) uitwerking van de resultaten van de conferentie:

  1. E-health is een stimulans voor samenwerking in de gezondheidszorg, verbetert de communicatie tussen zorgverleners en met de patiënt en kan voor administratieve vereenvoudiging zorgen. E-health moet er ook voor zorgen dat patiënten en mantelzorgers beter geïnformeerd zijn.

Daarom investeert minister Vandeurzen in 2011 voor 1,7 miljoen euro in ICT in de gezondheidszorg en de uitbouw van eHealth. Concreet gaat het om de opbouw van:

  1. Kadaster: een overzicht van welzijns- en zorgprofessionals en –voorzieningen dat beschikbaar wordt voor iedereen die het nodig heeft
  2. E-HealthBox: een elektronische brievenbus die zorgverstrekkers kunnen gebruiken om gegevens op een veilige manier elektronisch uit te wisselen.

Eerstelijnskluis: een elektronisch patiënt/cliënt dossier met kerngegevens zowel voor medische als andere zorg. In een eerste fase voor zorgverstrekkers, later ook voor patiënten / cliënten (waarbij deze laatste bepalen wie toegang heeft tot welke gegevens).

  1. De structuren die het praktijkniveau moeten ondersteunen (vb.  Logo’s, SEL’s, netwerken, kringen en wachtdiensten) kunnen beter samenwerken binnen samenvallende werkgebieden of gelijke zorgregio’s of op een zogenaamd mesoniveau. Minister Vandeurzen is bereid de regelgeving te versoepelen om dit proces van integratie en het leggen van dwarsverbindingen (ook tussen Kind en Gezin en huisartsenkringen) aan te moedigen.  Zo komt er een eerste pilootproject van Kind en Gezin en de huisartsenkringen van de Rupelstreek, Klein-Brabant en Willebroek.
  2. Op 10 jaar tijd is het aantal mensen dat hulp uitstelt om financiële redenen verdubbeld. Om de financiële toegang tot de eerstelijnsgezondheidszorg te bevorderen schaart minister Vandeurzen zich achter de door de senaat goedgekeurde resolutie om de derdebetalersregeling uit te breiden voor wie de nood het hoogst is (sociale derdebetalersregeling). Dit is immers nog steeds een federale bevoegdheid.
  3. 4.     Geestelijke gezondheidsproblemen nemen toe. Een aanbod waarbij patiënten en hun mantelzorgers ondersteund worden en waarbij de eerstelijnsgezondheidszorg ondersteund wordt door de geestelijke gezondheidszorg moet ervoor zorgen dat problemen vroeg gedetecteerd en behandeld worden en dat mensen met ernstige ziektebeelden sneller gespecialiseerde zorg krijgen. Minister Vandeurzen wil in die zin proefprojecten ondersteunen die betrekking hebben op de eerstelijnspsychologische functie.
  4. Preventie is belangrijk voor het individu en voor de realisatie van gezondheidswinst (minder voortijdige sterfte en minder voorkombare ziekte). Binnen de bevolking zijn de gezondheids- en welzijnsrisico’s ongelijk verdeeld. Preventieprojecten die extra aandacht besteden aan de gezondheidskloof krijgen voorrang. Ook bij preventie is samenwerking essentieel om tot resultaat te komen: samenwerking tussen welzijn en gezondheid, samenwerking met andere beleidsdomeinen, samenwerken met lokale besturen (lokale sociale beleidsplannen). Minister Vandeurzen zal volgend jaar een intentieverklaring voor samenwerking rond gezondheidsbevordering voorleggen aan de collega-ministers van onderwijs en jeugd, milieu, huisvesting, mobiliteit en verkeer, landbouw.
  5. Zorg om talent moet ervoor zorgen dat vandaag en morgen voldoende personeelsleden in de zorgsector beschikbaar zijn. Om de aandacht voor deze problematiek te beklemtonen heeft minister Vandeurzen recent mevrouw Holtzer als zorgambassadeur aangesteld. Zij zal zich in eerste instantie buigen over de imagoversterking van de zorgberoepen.
  6. Zowel op het terrein als voor het eerstelijnsgezondheidszorgbeleid is er nood aan wetenschappelijke ondersteuning. Minister Vandeurzen wil een onderzoekslijn openen binnen het kader van het wetenschappelijk steunpunt voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
  7. 8.     Wie zorg nodig heeft wil die het liefst in zijn eigen omgeving krijgen. Patiënten  en mantelzorgers moeten ondersteund worden en worden de spilfiguur van heel het WVG-beleidsdenken. Het vrijwilligerswerk, de buurtwerking en andere lokale initiatieven zijn daarvoor belangrijk. Minister Vandeurzen doet ook een oproep naar de lokale besturen om vanaf 2012 een gezondheidsluik te voorzien in hun lokale sociale beleidsplannen.

Tot slot

Minister Vandeurzen is tevreden met het resultaat van de conferentie en dankt allen die hebben meegewerkt: “De neuzen staan in dezelfde richting. De sector kan bruggen slaan en zorgverleners met elkaar verbinden in gezamenlijke projecten en voor de patiënt en zijn mantelzorger.”

Hij hoopt dat de conferentie een referentie mag worden in de Vlaamse eerstelijnsgezondheidszorg.

 

Meer informatie (onder meer alle rapporten):

www.conferentie-eerstelijnsgezondheidszorg.be

Het syntheserapport vindt u terug op www.ministerjovandeurzen.be

Zoeken