KU Leuven start therapie voor studenten met anorexia

De KU Leuven begint met een groepstherapie voor studenten met eetstoornissen. Die moet vooral meisjes met magerzucht helpen.

In april begint de KU Leuven met een eetgroep. In zeven groepssessies kunnen ongeveer tien studenten met eetstoornissen hun ervaringen delen en aanleren hoe ze hun eetstoornis onder controle kunnen krijgen. Ze krijgen ook huiswerk mee en worden individueel opgevolgd.

Ongeruste ouders

'Steeds vaker bellen ouders ons ongerust op: onze dochter zit op kot en vermagert zienderogen. Studenten kloppen ook geregeld zelf bij ons aan', zegt Ilse Devacht, diensthoofd van het medisch en psychotherapeutisch centrum van de KU Leuven.

'We zien soms heftige situaties. De zwaarte van de pathologieën neemt toe', zegt Devacht. 'Elk academiejaar moeten tientallen studenten worden opgenomen.'

Met de eetgroep hoopt de KU Leuven preventiever te werken, zodat dergelijke extreme toestanden minder voorkomen. 'We focussen op studenten die beseffen dat ze een probleem hebben, maar bij wie hun eetstoornis nog niet uit de hand is gelopen. Daarom komen studenten die eerder al eens in de psychiatrie zijn opgenomen, niet voor de eetgroep in aanmerking. Zij kennen de trucjes om snel te vermageren en zouden de andere studenten verkeerde tips kunnen geven.'

Vooral meisjes

Devacht legt niet toevallig de klemtoon op het probleem van anorexia of magerzucht. 'We behandelen zowel anorexia als boulimie of vraatzucht. Maar de meeste studenten lijden aan anorexia. En het gaat bijna altijd om meisjes. Zij zijn zeer verstandig, uitermate perfectionistisch, stellen hoge eisen aan zichzelf en lijden heel erg onder de stress. Die stress ligt vaak aan de basis van eetstoornissen.'

Omdat die stress vooral in het tweede semester toeslaat, wil de KU Leuven de groepstherapieën in april houden.

'Bij het begin van het academiejaar manifesteren eetproblemen zich vaak nog niet.'

Studenten kunnen zich voor de groepstherapie inschrijven zonder dat ze hun ouders op de hoogte moeten stellen.

Bron: Het Nieuwsblad

 

Zoeken