Interview met transitiemanager Filip Winderickx
'Ik moet een hele stad naar de overkant van de rivier verhuizen'
Interview
belga © KIND EN GEZIN/HANDOUT
Minister Jo Vandeurzen (CD&V) zet de kinderopvang op zijn kop. Om het proces in goede banen te leiden, werd FILIP WINDERICKX (47) van Kind en Gezin aangesteld als transitiemanager. Een titanenwerk, zo blijkt.
Wat moeten we ons voorstellen bij een transitiemanager?
'Vanuit Kind en Gezin moet ik de hele hervorming van de kinderopvang begeleiden.We moeten erover waken dat de nieuwe regelgeving aansluit bij wat echt nodig is. Wat we van de sector vragen moet haalbaar en realistisch zijn, maar ook kwalitatief goed. Ik vergelijk mijn opdracht een beetje met het plannen en begeleiden van een verhuis van een hele stad van de ene kant van de rivier naar de andere kant, zonder dat er bij de overtocht mensen in het water vallen en kopje onder gaan.'
Een grote verandering is dat elke kinderopvang een vergunning nodig zal hebben. Waarom?
'Het is zeker niet de bedoeling dat iedereen pas na vijf jaar studeren in de kinderopvang kan beginnen werken, maar nu zijn er eigenlijk geen voorwaarden. We zijn het aan de kinderen verplicht dat iedereen die in de kinderopvang werkt, goed beseft waaraan hij begint en over de nodige competenties beschikt.Hiermee kunnen ook de incidenten in de opvangsector verminderen. De goede kwaliteit die heel veel opvangplaatsen vandaag al bieden, moet overal gegarandeerd zijn.'
De sector, en zeker de zelfstandige kinderopvang, klaagt nu al dat er veel te veel (dure) regels envoorschriften zijn.
'Dat kan ik begrijpen, maar we moeten ook eisen durven te stellen. De regels zullen nu wel veel duidelijker worden en voor iedereen dezelfde zijn. En de sector zal in de overgangsfase ondersteund moeten worden. Er komt daartoe één eenduidig subsidiesysteem: iedereen krijgt dezelfde basisvergoeding en wie rekening houdt met het inkomen van de ouders of specifieke taken verricht, krijgt extra subsidies. Het zal er dus niet meer toe doen of het al dan niet om een zelfstandige kinderopvang gaat. Maar het is aan de politiek om te beslissen hoeveel dat allemaal mag kosten.'
De eerste reacties zijn positief, maar u mag zich toch nog aan veel discussie verwachten?
'Ja, maar als we vertrekken vanuit de huidige tegenstellingen binnen de sector, geraken we nergens. We moeten vanuit de kinderen en de gezinnen vertrekken. Daarom vertellen we in onze informatiecampagne het hele verhaal vanuit het standpunt van een klein meisje, Noor. Het is een naam die in verschillende culturen voorkomt. Dat willen we ook duidelijk maken: het gaat om de kinderen en ze tellen allemaal mee.'
Wat is uw deadline?
'Tegen 2016 moeten er 5.000 extra plaatsen in de kinderopvang gecreëerd worden en tegen 2020 moet het aanbod de vraag dekken. Voor de overgang naar de vergunning en het vernieuwde subsidiesysteem hopen we vroeger klaar te zijn. We zouden in 2013, uiterlijk 2014, effectief de oversteek moeten kunnen maken.'
bron : www.standaard.be
