Hoe wapen je een kind tegen een depressie?
Waarom is het ene kind kwetsbaarder voor depressieve symptomen dan het andere? Klinisch psychologe Katrien Verstraeten, onder supervisie van professor Patricia Bijttebier, onderzocht het voor haar doctoraat, dat ze onlangs met succes verdedigde. “Eenmaal je de oorzaken beter kent, kan je kinderen met een hoog risico beter wapenen tegen een mogelijke depressie. Het is niet omdat je kind aanleg tot depressie heeft, dat je volledig machteloos staat.”
Katrien Verstraeten maakt meteen komaf met een mythe over de gelukkige kindertijd. “Depressie komt vaker voor bij kinderen dan je denkt. Vroeger ging men er wat naïef van uit dat depressie en kindertijd niet samengingen. De kindertijd, dat was een gelukkige tijd van spelen zonder veel zorgen; dat een kind ook diep ongelukkig kon zijn werd heel lang ontkend. Maar uit onderzoek blijkt dat twee tot negen procent van de jongeren een depressie doorgemaakt heeft voor zijn achttien jaar.”
Hoe weet je dat je kind tekenen van een depressie vertoont? Verstraeten: “Depressieve symptomen bij kinderen kunnen een kopie zijn van die bij volwassenen: lusteloos rondhangen, nergens zin in hebben, niet goed slapen, weinig eetlust. Maar het kan zich ook helemaal anders uiten: een kind kan zich storend gaan gedragen, het wordt een lastig, onhandelbaar kind.”
“Ouders weten vaak niet wat ze daarmee aanmoeten. Als je bijvoorbeeld een puber in huis hebt, weet je niet altijd wat het beste is: moet je je kind in de zetel laten liggen, ook al is hij wel heel erg lusteloos, om hem vooral niet te bruskeren? Of moet je hem toch maar aansporen om iets actiefs, iets leuks te gaan doen?”
“In mijn doctoraatsonderzoek ben ik op zoek gegaan naar het ontstaan van depressieve symptomen bij kinderen en jongeren. Uiteindelijk wilde ik een aantal concrete aanknopingspunten vinden om die symptomen te verminderen en een echte depressie te voorkomen. Want eenmaal een depressie zich volledig ontwikkeld heeft, geraak je er erg moeilijk uit, en de kans om nadien te hervallen is heel hoog.”
Geen controle
Waarom zijn sommige kinderen kwetsbaarder voor depressieve symptomen dan andere? Katrien Verstraeten: “Ik heb twee ‘kwetsbaarheidsfactoren’ nader bekeken in een langdurig onderzoek bij schoolkinderen. In eerste instantie heb ik het verband onderzocht tussen depressieve aanleg en temperament. Je temperament wordt bepaald door de verschillende manieren waarop je emotioneel reageert op gebeurtenissen: je hebt positieve en negatieve affectiviteit. Mensen met een hoge positieve affectiviteit reageren enthousiast op prettige gebeurtenissen, ze zijn over het algemeen sociaal en opgewekt. Als je een lage positieve affectiviteit hebt, dan zal je niet snel iets als prettig ervaren. Heb je een hoge negatieve affectiviteit, dan ben je zelfs bij schijnbare onbenulligheden snel verdrietig.”
“Maar het is niet omdat je negatief in het leven staat, dat je automatisch meer kans hebt om depressief te worden. Net zo belangrijk is of je die gevoelens in de hand kan houden, of je in staat bent tot ‘effortful control’of zelfregulatie. Als je een hoge mate van zelfregulatie hebt, kan je jezelf in de hand houden, al ben je van nature enorm negatief aangelegd. Maar als ook die controle ontbreekt, ben je erg kwetsbaar voor een depressie.”
“Dat verband tussen temperament en depressie stond al vast bij volwassenen, maar ik heb vastgesteld dat het ook voor kinderen en adolescenten opgaat. Kinderen die hoog scoren op negatieve affectiviteit, laag scoren op positieve affectiviteit, én weinig controle hebben, zijn kwetsbaarder voor een depressie. Eenmaal je dat weet, kan je er ook op inspelen: je kan kinderen meer controle trachten te geven op hun gedrag, door hen cognitief te trainen. Momenteel worden er bijvoorbeeld computerspelletjes ontwikkeld die hen leren om hun aandacht beter te richten op iets, om hun eerste impuls te onderdrukken enzovoort. Kinderen met een verhoogd risico – die bijvoorbeeld ouders hebben met een geschiedenis van depressie – kan je zo preventief wapenen, en verhinderen dat depressieve symptomen ontstaan.”
Eindeloos herkauwen
Katrien Verstraeten had nu aangetoond dat er een samenhang is tussen een kwetsbaar temperament en depressie, maar hoe ontwikkelt het een zich uit het ander? “Een belangrijk mechanisme is ruminatie. Als je je verdrietig voelt, kan je daar twee kanten mee op. Ofwel tracht je daaruit te ontsnappen, ga je je actief op andere dingen focussen. Ofwel word je passief, ga je je wentelen in zelfmedelijden, vind je jezelf een sukkelaar. Dat is rumineren. Je kan bijvoorbeeld beginnen ‘brooden’, telkens opnieuw dat negatieve voorval en die slechte gevoelens voor je geest halen, waardoor je het effect ervan versterkt. Ik heb vastgesteld dat dat herkauwen, dat niet-kunnen-loslaten, ook bij kinderen het risico op depressiviteit vergroot.”
“Je kan daar tegenin gaan door kinderen bewust te maken van dat rumineren. Je vraagt ze bijvoorbeeld om een dagboekje bij te houden, dat je samen met hen doorneemt, zodat ze zelf ontdekken dat ze zich passief wentelen in hun gevoelens. Zeker bij jonge kinderen is het niet vanzelfsprekend om dat zelf onder controle te krijgen. Als ouder kan je daar een belangrijke rol in spelen: ‘Ok, je hebt nu een slechte toets gemaakt, maar dat is niet voor de eeuwigheid, vorige keer ging het beter, volgende keer zal het ook wel beter gaan.’ Zorg dat ze iets anders gaan doen om hun gedachten te verzetten.”
“In therapie kan een hulpverlener aan kinderen met een depressie, die echt erg diep zitten, vragen: ‘Wat doe je nog een béétje graag?’ Als dat bijvoorbeeld dansen is, dan ga je daarop inspelen: laat hen zich daarop concentreren, laat hen dat veel doen. Je haalt hen uit hun passiviteit, je activeert hen, en je zal merken dat de depressieve symptomen dan afnemen.”
“Toen ik aan dit doctoraat begon, was het voor mij enorm belangrijk om zulke concrete aanknopingspunten te vinden. Ik sta zelf ook in de klinische praktijk in het UZ Gasthuisberg, en nu ga ik kijken of ik met mijn bevindingen ook de patiëntjes daar kan verderhelpen.”
Een overzicht van alle actuele doctoraatsverdedigingen vindt u op http://www.kuleuven.be/doctoraatsverdediging/
Bron: Campuskrant KU Leuven Jaargang 22 nr. 4 (22 december 2010)
