U bent hier

Dubbel zoveel ziekteverzuim bij grote bedrijven

12/04/18

Langdurig ziekteverzuim stijgt met 20% in 4 jaar. Dat stelt ACERTA vast na een analyse van de gegevens van werknemers in dienst bij meer dan 40.000 werkgevers de voorbije 4 jaar. Kortstondig, middellang en lang ziekteverzuim, het vreet aan de capaciteit van bedrijven.

Stijging van bijna 20% van langdurig ziekteverzuim in 4 jaar tijd

Het hoogste percentage niet-gepresteerde werkbare uren komt van medewerkers die langer dan een jaar ziek zijn en dat percentage is de voorbije vier jaar blijven stijgen. Onlogisch is dat niet: iemand die langer dan een jaar ziek is en ziek blijft, blijft in de statistieken jaar na jaar meetellen. Dat maakt de realiteit er niet minder problematisch op.

Peter Tuybens, Director Acerta Consult: ”Voor 2017 komen we aan een percentage ziekteverzuim van meer dan 1 jaar van 2,76%. Een stijging met 19,1% in 4 jaar tijd. In de categorie arbeiders van 60-64 jaar, werd in 2017 een vierde (25,18%) van de uren niet gepresteerd wegens ziekte, langer dan 1 jaar. Oké, dat is het extreemste geval, maar wat gaan we doen? Met de reglementering inzake  re-integratie, in voege vanaf  1 december-2016 zullen er hopelijk stilaan minder gevallen van langdurige ziekte bijkomen.   Dit kan, het begin zijn van een ommekeer. Maar gaan we de langdurig zieken die er al zijn laten zitten, terwijl we met een arbeidskrapte kampen? Dat talent zit daar nog. Voor de maatschappij is het belangrijk dat we een belangrijk deel van deze langdurig zieken kunnen reactiveren op de arbeidsmarkt. 7,33% van de arbeidsuren van alle  vrouwelijke arbeiders en 3,46% van de arbeidsuren van mannelijke arbeiders worden al jaren omgezet in langdurig ‘ziek’. Voor de mannelijke bedienden gaat het over 0,91% langdurig zieken; de bedienden vrouwen hebben een afwezigheidspercentage langdurige ziekte van 2,06%. Daar zitten vast mensen bij die op een nieuwe, haalbare kans zouden ingaan als ze hiertoe aangemoedigd worden.”

Grote bedrijven zijn meer verzuimgevoelig dan kleine bedrijven

Acerta stelt vast dat het ziekteverzuim in Belgische ondernemingen zeer afhankelijk is van de omvang van de onderneming. In de kleinste ondernemingen (met minder dan 5 werknemers in dienst) is de werknemer het minst afwezig. Alle afwezigheden als gevolg van ziekte of ongeval samengeteld bedragen er 4,49% van het aantal arbeidsdagen. Naargelang de onderneming groeit, stijgt ook het ziekteverzuim; bij de ondernemingen met meer dan 500 werknemers in dienst bedraagt het verzuimpercentage 8,58 of bijna het dubbel van dit van de kleinste ondernemingen.

Minst kortstondig ziekteverzuim bij 55-plussers

Het kortstondig ziekteverzuim, i.e. korter dan 1 maand, is de voorbije 4 jaar met 5,11 % gestegen, van 2,17 % van alle werkbare uren naar 2,28 % in 2017, berekent ACERTA. Vertaald in arbeidsdagen betekent dit dat gemiddelde elke voltijdse werknemer bijna 6 dagen per jaar kortstondig ziek is.

Het hoogste percentage kortstondig ziekteverzuim vind je bij vrouwelijke arbeiders: 3,51% niet-gepresteerde uren. Tegelijk is de categorie van vrouwelijke arbeiders wel de traagst stijgende. Het laagste cijfer inzake kort verzuim vind je bij de mannelijke bedienden.   Zij zijn 1,55% van de tijd afwezig wegens ziekte. Echter deze categorie noteert wel de hoogste stijging inzake kort ziekteverzuim, namelijk een stijging van 8,38%.

Verrassing als we het ziekteverzuim onderzoeken in functie van de leeftijd van de werknemer.   Bij de werknemers tussen 30 en 35 jaar  bij wie het korte ziekteverzuim het hoogste piekt. Hun percentage ziekte-uren komt zelfs 11,8% hoger uit dan dat van 55-plussers, die het met 2,15% beter doen dan gelijk welke jongere leeftijdsgroep.

Peter Tuybens : “Elke ziekteperiode begint met 1 dag, ook de langere. Het is dus heel belangrijk voor werkgevers én leidinggevenden om bij elke ziektemelding alert te zijn. Want als er iemand uitvalt, komt er meteen extra druk op het team en op de prestaties. En de financiële kost van kortstondig ziekteverzuim is voor de werkgever.”

Middellang ziekteverzuim laagste en stagnerend

Ziekteverzuim van langer dan een maand maar korter dan een jaar – middellang ziekteverzuim - is er de oorzaak van dat 1,72% van de werkbare uren niet wordt gepresteerd. Dat is het laagste percentage van alle drie de ziekteperiodes die we onderscheiden (kort, middellang en lang). Anders dan bij het kortstondige verzuim stijgt het middellange verzuim wel met de leeftijd tot de leeftijd van 55 jaar. Zo vertegenwoordigt  deze vorm van verzuim 0,77% van het theoretisch aantal arbeidsuren in de leeftijdscategorie 20 tot minder dan 25 jaar, maar stijgt dit tot 2,29% in de leeftijdscategorie 50 tot  minder dan 55 jaar.  Daarna daalt deze vorm van verzuim. .  Peter Tuybens: “Vergelijken we 2017 met 2014, dan stellen we een stagnatie vast en dat niettegenstaande de beroepsactieve bevolking veroudert. Is dat het re-integratie-effect? Zou kunnen. Sinds de overheid het re-integratietraject officialiseerde eind 2016 , is er algemeen meer aandacht voor de impact van ziekteverzuim. En niet alleen voor de beoogde re-integratie, ook voor preventie. Bedrijven beginnen werk te maken van een aanwezigheidsbeleid. En ja, ze doen dat ook omdat ze wel moeten. Die druk komt zeker niet alleen van de overheid, ook de krapte op de arbeidsmarkt verbiedt werkgevers te ‘morsen’ met talent. Een meerwaarde-medewerker, daar wil de werkgever wel wat moeite voor doen om die (aan het werk) te houden.