De arbeidsduur van bepaalde medische beroepen wordt wettelijk geregeld

Bepaalde medische beroepen waren, tot op heden, niet onderworpen aan de wettelijke bepalingen inzake arbeidsduur. Vanaf 1 februari 2011 komt daar verandering in. De wet regelt nu ook de arbeidsduur van deze beroepsgroepen.

De nieuwe wettelijke regeling is van toepassing op:

  • geneesheren;
  • tandartsen;
  • dierenartsen;
  • kandidaat-geneesheren in opleiding;
  • kandidaat-tandartsen in opleiding;
  • studenten-stagiairs die zich voorbereiden op de uitoefening van deze beroepen.


De principes zijn de volgende :

De maximale wekelijkse arbeidsduur bedraagt 48 uur gemiddeld over een referteperiode van 13 weken met een maximum van 60 uur per week.

Elke werkperiode mag niet meer dan 24 uur bedragen.

Elke arbeidsprestatie waarvan de duur tussen 12 uren en 24 uren bedraagt, moet worden gevolgd door een periode rust van minimum 12 opeenvolgende uren.

In het kader van een wachtdienst op de werkplek kunnen maximum 12 bijkomende uren per week gepresteerd worden op voorwaarde dat daarover een individueel schriftelijk akkoord met de weknemer gesloten wordt. Voor deze bijkomende uren in het kader van de wachtdienst, moet een aanvullend loon bovenop het basisloon betaald worden.

Bovendien moet de werkgever op de werkplek over een register beschikken dat de door de werknemers geleverde dagelijkse prestaties volgens chronologische volgorde herneemt.

Zoeken