Aantal patiënten van pijncentrum van ZOL groeit jaarlijks
Naar schatting 2,9miljoen Belgen hebben chronische pijn. Bijna de helft van hen voelt die pijn op ieder moment van de dag. De totale kosten liepen in 2010 op tot 11,6miljard euro. Dat is evenveel als de kostprijs van hart- en vaatziekten, kanker en diabetes samen. De medische rekening bedraagt 1,6miljard, de maatschappelijke liefst tienmiljard. Meer dan een vijfde van de chronische pijnlijders werkt niet meer. Wie dat wel nog doet, is twee keer zo vaak afwezig. Vooral door de toenemende vergrijzing groeit het fenomeen spectaculair.
'We hebben ongeveer vijfduizend patiënten in ons pijncentrum. Jaarlijks neemt dat aantal met ongeveer vijftienprocent toe', zegt Jan VanZundert. Het pijncentrum is voorlopig gevestigd op de campus André Dumont in Waterschei. Door de opvallende stijging van het aantal consultaties drong een uitbreiding van de infrastructuur zich op. Daarom wordt momenteel een nieuw pijncentrum gebouwd op de campus Sint-Barbara in Lanaken. Dat centrum wordt binnen een jaar in gebruik genomen.
Het MPC is een van de negen referentiecentra voor chronische pijn die in 2005 in ons land werden erkend. Het Genkse pijncentrum bestaat al sinds 1997 en kreeg in juli vorig jaar van het World Institute of Pain (WIP) de Excellence in Pain Practice Award. Dat is de hoogste van vier prijscategorieën. Slechts twee andere centra kregen wereldwijd die erkenning.
Het pas verschenen referentiewerk Evidence-based interventional Pain Medicine according to Clinical Diagnoses geeft opnieuw aan dat dokter Jan VanZundert (47) en zijn team de voorbije jaren een ruime expertise opbouwden op het vlak van pijnbestrijding. 'Aan dat werk hebben specialisten uit België, Nederland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk meegewerkt', verduidelijkt hij. 'Die internationale benadering was heel verrijkend. Zo blijkt dat Amerikaanse collega's voor bepaalde aandoeningen, zoals botpijn bij uitgezaaide kanker, een vernieuwende aanpak hebben.'
In het boek worden 26pijnsyndromen besproken, zoals kanker-, whiplash-, wervelkolom- en zelfs fantoompijn. Welke pijnen behandelt u het meest?
Jan Van Zundert: 'Zo'n 65procent van onze consultaties heeft te maken met rug en nek, maar ik wil het verschijnsel niet reduceren tot die klachten. Ons gaat het er vooral om dat iedereen met pijn, van welke aard ook, wordt geholpen of een correct advies krijgt. Chronische pijn heeft immers niet alleen een sociaal-economische impact, maar beïnvloedt ook het persoonlijke en familiale leven in hoge mate. Wie constant pijn heeft, krijgt last van concentratieverlies, wordt prikkelbaar en vaak ook depressief. Dat de levenskwaliteit daaronder lijdt, hoeft geen uitleg.'
Mensen met chronische pijn botsen vaak op onbegrip omdat het zogezegd tussen de oren zit. In hoeverre klopt dat?
'Chronische pijn is een complex probleem. Acute pijn heeft een beschermende functie en is vaak een lichamelijke reactie om erger te voorkomen. Als je plots pijn voelt, ga je bijvoorbeeld naar een arts of neem je een geneesmiddel. Chronische pijn daarentegen heeft geen beschermende functie en is veeleer een uiting van een ziekte of een ziekte op zich. De oorzaak kan een aandoening zijn van de spieren, gewrichten, bloedvaten of het zenuwstelsel, maar vaak is er geen aanwijsbare oorzaak. Bovendien wordt de pijn beïnvloed door psychische en sociale factoren. Dat maakt de situatie vaak zeer moeilijk. Daarom werken in ons team niet alleen anesthesisten, maar ook kinesisten en psychologen.'
Is het mogelijk om elke patiënt te helpen?
Dokter Martine Puylaert (47, collega van dokter Jan VanZundert): 'Helaas niet. De meeste patiënten zien ons als laatste toevlucht, maar ik moet hun jammer genoeg altijd meegeven dat ik niet kan toveren. De gereputeerde Nederlandse professor Maarten vanKleef leerde me dat je een derde van de patiënten beter kunt maken en een derde stabiel. “Voor het laatste derde kun je niets doen,, hield hij me voor. Pijnbestrijding gaat verder dan de klassieke geneeskunde. Het werk is nooit af. Daarom ben ik blij dat ik ook anesthesiste ben. Als je een patiënt na een operatie uit zijn narcose haalt, kun je zeggen dat je taak is afgerond.'
Bron: De Standaard (20/2/2012)


